Zaaien op onvruchtbare grond? Sporen van het boerenleven van de late Middeleeuwen

Onderzoek naar het boerenleven van de late middeleeuwen lijkt onbegonnen werk. Niet alleen zijn bronnen bijzonder schaars, de beschikbare bronnen bevatten vaak ook geen getrouwe weergave van het boerenleven.[1] Ik betoog dat historici het best met deze problemen om kunnen gaan door altijd meerdere bronnen te gebruiken en verschillende typen bronnen elkaar te laten aanvullen.

Representaties van het boerenleven zijn terug te vinden in middeleeuwse literatuur en afbeeldingen uit verluchte manuscripten, altaarstukken en houtgravures. Het probleem van deze bronnen is dat ze door de elite en – met uitzondering van sommige altaarstukken – uitsluitend voor de elite zijn vervaardigd. Het doel was bovendien niet om een getrouwe weergave te geven van het boerenleven. Zo werden boeren bijvoorbeeld vaak gebruikt als positief of negatief voorbeeld en zodoende zeggen de bronnen weinig over echte boeren. De gekleurdheid van deze bronnen betekent echter niet dat ze volstrekt nutteloos worden. Een satirische representatie of karikatuur moest namelijk wel herkenbaar zijn, zodat de lezer of aanschouwer begreep dat het om een boer ging.[2]

Een voorbeeld uit de Lage Landen is het beroemde getijdenboek Les Très Riches Heures du duc de Berry van de Gebroeders Van Lymborch. Boeren werden hier gebruikt als karikatuur en om te spiegelen met de rijkdom aan het hof.[3] Het getijdenboek geeft echter wel inzicht welke werkzaamheden boeren in een bepaald seizoen verrichtten. In combinatie met archeologische vondsten en normatieve bronnen kan het getijdenboek ook een bron zijn voor respectievelijk de werktuigen en de kleding van boeren in deze periode.[4]

De Gebroeders van Lymborch, Les Très Riches Heures du duc de Berry,  Maart.

Bij het gebruik van economische gegevens lopen historici ook tegen problemen aan. De meeste gegevens gaan namelijk over heerlijke landerijen en kloosterdomeinen en niet over de opbrengsten van vrije boeren en gemeenschappelijke gronden. Ben Dodds heeft getracht dit probleem op te lossen door tiendenregisters (waar de volledige opbrengst in is opgenomen) te vergelijken met opbrengsten van heerlijke landerijen. Dit deed hij voor meerdere plaatsen in Zuid-Engeland, om zo betrouwbare conclusies te kunnen trekken.[5]

Archeologie vormt op veel van deze problemen een uitzondering en geeft ons betrouwbare informatie over bijvoorbeeld werktuigen en woningen. Archeologie heeft echter beperkingen. Vondsten bevatten namelijk alleen informatie over een beperkt gebied en op basis van vondsten alleen is ook weinig te zeggen over de toepassing.[6] Archeoloog Antoinette Huibers maakte een reconstructie van het twaalfde-eeuwse boerenerf in het huidige Noord-Brabant. Hiervoor bracht zij opgravingen van vierenvijftig compleet teruggevonden archeologische boerenerven in de regio in verband met studies over sociologie, antropologie en historische huisbouw. Daarmee heeft zij aannemelijk kunnen maken dat het boerenerf was opgedeeld in een apart deel voor mannelijk en voor vrouwelijk werk.[7]

Bronnen zoals literatuur, kunst, wetgeving en economische gegevens bevatten op zichzelf dus weinig betrouwbare informatie over het leven van gewone boeren. Ook archeologie op zichzelf brengt beperkingen in interpretatie met zich mee. Enkel wanneer meerdere bronnen met elkaar in verband worden gebracht, kan een historicus betrouwbare inzichten verkrijgen over het leven van boeren in de late middeleeuwen. Op die manier kan het probleem van schaarse, onbetrouwbare of ontoereikende bronnen het best worden overkomen.

 

Literatuurlijst

Alexander, J., ‘Labeur and Paresse. Ideological Representations of Medieval Peasant Labor’, The Art Bulletin 72:3 (1990) 436-452.

Dodds, B., ‘Demesne and Tithe. Peasant Agriculture in the Late Middle Ages’, The Agricultural History Review 56:2 (2008) 123-41.

Huijbers, A.M.J.H., Metaforiseringen in beweging. Boeren en hun gebouwde omgeving in de Volle Middeleeuwen in het Maas-Demer-Scheldegebied (Amsterdam 2007).

Jaritz, G., ‘The Material Culture of the Peasantry in the Late Middle Ages. “Image” and “Reality”’, in: D. Sweeny red., Agriculture in the Middle Ages. Technology, practice and representation (Philadelphia 1995) 163-85.

 

[1] Gerhard Jaritz, ‘The Material Culture of the Peasantry in the Late Middle Ages: “Image” and “Reality”’, in: Del Sweeny (red.), Agriculture in the Middle Ages: Technology, practice and representation (Philadelphia 1995) 163-85.

[2] Ibidem.

[3] Jonathan Alexander, ‘Labeur and Paresse. Ideological Representations of Medieval Peasant Labor’, The Art Bulletin 72:3 (1990) 436-452.

[4] Jaritz, ‘The Material Culture of the Peasantry in the Late Middle Ages’.

[5] Ben Dodds, ‘Demesne and Tithe. Peasant Agriculture in the Late Middle Ages’, The Agricultural History Review 56:2 (2008) 123-41.

[6] Jaritz, ‘The Material Culture of the Peasantry in the Late Middle Ages’.

[7] Antoinette Huijbers, Metaforiseringen in beweging. Boeren en hun gebouwde omgeving in de Volle Middeleeuwen in het Maas-Demer-Scheldegebied (Amsterdam 2007).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *